Direct naar content

Gemeente erkent fouten na onderzoek Ombudsman: “Reputatie onterecht geschaad”

Onderzoek

Logo van de gemeente Den Haag op de buitenzijde van het stadhuis van Den Haag.

De Gemeentelijke Ombudsman concludeert dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld door de wijze van een onderzoek naar een lokale ondernemer. Volgens de Ombudsman had de gemeente niet mogen communiceren over vermoedens van misstanden, terwijl het onderzoek nog moest beginnen. De klachten, die door de vader van de ondernemer werden ingediend, zijn op alle onderdelen gegrond verklaard. Inmiddels heeft het stadsbestuur aangegeven de bevindingen serieus te nemen en de aanbevelingen volledig op te volgen.

 

Achtergrond van de zaak 

De kwestie draait om een subsidieregeling die bedoeld is om het midden- en kleinbedrijf in Den Haag te helpen bij digitalisering. In 2022 kwamen er signalen binnen over een tussenpersoon die meerdere aanvragen had ingediend namens ondernemers. De gemeente schakelde vervolgens onderzoeksbureau Berenschot in om dit nader te bekijken. 

Op 4 april 2023 verstuurde de gemeente brieven naar de betrokken ondernemer én diens klanten. In die brieven werd gesuggereerd dat de ondernemer zich mogelijk niet aan de regels had gehouden. Zonder dat hier naar een onderzoek hiernaar was gestart, ontstond hierdoor reputatieschade: klanten namen afstand, nog voor de feiten waren vastgesteld.

 

Conclusie van de Ombudsman 

De Ombudsman stelt dat de gemeente in dit geval te hard van stapel liep. “Zonder duidelijk bewijs namen ambtenaren een zware stap door klanten te informeren over een nog te starten onderzoek. Dat is niet alleen onzorgvuldig, het is ook schadelijk voor het vertrouwen tussen overheid en burger,” aldus de conclusie. Daarbij werd het onderzoek niet uitgevoerd volgens de regels van hoor en wederhoor en was er een gebrek aan transparantie. Dat geldt ook voor de afhandeling van de klacht: die liet maanden op zich wachten en bood geen inhoudelijke duidelijkheid.

 

Wat moet er nu gebeuren? 

De Ombudsman kwam met drie aanbevelingen: 

  1. Informeer de ondernemers die de oorspronkelijke brief ontvingen alsnog over de uitkomst van het onderzoek en zet recht wat onjuist is gezegd. 
  1. Rond het inhoudelijke onderzoek netjes af en deel de bevindingen met de betrokkenen. 
  1. Reageer adequaat op de ingediende klachten van vader en zoon. 

Het college van B&W heeft inmiddels toegezegd deze aanbevelingen uit te voeren. Er komt een brief aan de klanten van de ondernemer waarin eerdere uitspraken worden rechtgezet. Daarnaast wordt er een gesprek aangeboden aan de familie, en werkt de gemeente intern aan betere procedures voor zowel subsidietoezicht als klachtbehandeling.

 

Reflectie en toekomst 

Carina van Eck, Gemeentelijke Ombudsman Den Haag, ziet in deze zaak een belangrijke les voor de overheid. “Zorgvuldigheid is geen bijzaak. Als een gemeente twijfels heeft over iemands handelen, dan hoort daar een fatsoenlijke procedure bij. Mensen hebben recht op bescherming van hun naam en reputatie, zeker als er nog geen onderzoek is gedaan of conclusies zijn getrokken.” 

Volgens de Ombudsman is deze zaak illustratief voor wat er mis kan gaan als processen niet kloppen. “Iedere inwoner moet kunnen rekenen op een overheid die eerlijk en zorgvuldig te werk gaat. In dit geval ging dat mis, maar gelukkig is er nu erkenning én de bereidheid tot herstel.”